Social enterprises & impact investment in een Nederlandse context

Bart Voorvaart

November 11, 2016

Inleiding

Ondernemen met het verwezenlijken van een maatschappelijk doel; creating impact. Het is een onderwerp dat wereldwijd steeds hoger op de agenda staat van zowel ondernemers als investeerders. Het aantal ‘sociale ondernemingen’ in Nederland neemt langzaam maar zeker toe. Volgens een ruwe schatting zijn het er nu tussen de drie- en vierduizend and counting.

Het maken van zowel ‘impact’ als winst. Zijn die twee doelen eigenlijk wel verenigbaar? Ook vanuit het perspectief van de investeerder spelen vragen over social entrepreneurship. Wij merken dat steeds meer investeerders (informals, family offices en private equity partijen) uitsluitend nog willen investeren in prima renderende sociale ondernemingen die ‘real impact’ maken. Maar hoe onderscheid je als investeerder de greenwashers van de échte impact ondernemers?

Dit artikel beantwoordt deze vragen en geeft tegelijkertijd een overzicht van de mogelijke rechtsvormen en keurmerken voor de sociale onderneming in Nederland.


Waar hebben we het eigenlijk over?

Laten we eerst kijken waar we het nu precies over hebben. We noemen het de ‘sociale onderneming’ en sluiten hierbij aan bij de werkdefinitie van de Sociaal Economische Raad. Een sociale onderneming is:

“Een zelfstandige, pro-profit onderneming die een product of dienst levert en primair en expliciet een maatschappelijk doel nastreeft”.

Denk hierbij aan:

  • het verhogen van arbeidsparticipatie van bepaalde doelgroepen;
  • het bestrijden van armoede;
  • het bevorderen van sociale cohesie, educatie en gezondheid; en
  • het verbeteren van het milieu.

Volgens de Social Enterprise Monitor 2015 hebben de onderzochte sociale ondernemingen in Nederland gezamenlijk een omzet van 476 miljoen euro en 10.709 medewerkers. Uit de Social Enterprise Monitor 2016 volgt dat de onderzochte sociale ondernemingen voor het vierde jaar op rij groeicijfers laten zien. De werkgelegenheid groeide tussen 2014 en 2016 met 24%. Dit beeld komt overeen met de voorgaande jaren waarin deze bedrijven ook groeiden. Zowel werkgelegenheid als omzet groeien stabiel. Sociaal ondernemen is inmiddels niet meer weg te denken in Nederland.


Amerika: introductie van de Benefit Corporation

 

B Lab, een Amerikaanse non-profit organisatie, waarover zo dadelijk meer, is de grote aanjager van social corporate legislation in de VS. En met succes. In 2010 is in de Staat Maryland als eerste de nieuwe wetgeving van ‘Benefit Corporations’ omarmt. Thans hebben zo’n 30 Staten haar gevolgd. Ook Europa heeft al verschillende wetgevende initiatieven.

Wat is de noodzaak voor die speciale sociale corporate legislation, waarin de “Benefit Corporation” haar grondslag vindt? Anders dan in continentaal Europa waar men uitgaat van de belangen van alle stakeholders van een bedrijf, hanteren de VS het aandeelhoudersmodel gebaseerd op een lange traditie van individualisme, marktdenken en korte termijndoelstellingen. In dat geval zou het bestuur van een ‘social enterprise’ dat besluit in een bepaald sociaal doel te investeren, geconfronteerd kunnen worden met claims van verongelijkte aandeelhouders die kunnen stellen dat het bestuur haar fiduciary duties jegens de vennootschap heeft veronachtzaamd.

Naast de dreiging van claims zou een bestuursbesluit op verzoek van een aandeelhouder ter toetsing kunnen worden voorgelegd aan een rechtbank. Weliswaar geldt voor het bestuur in de US de business judgement rule, op grond waarvan het bestuur een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het nemen van besluiten, toch heeft dit niet de onzekerheid weggenomen die Amerikaanse bestuurders voelen wanneer ze sociale doelen nastreven. Dit is dan ook de voornaamste reden dat de ‘Benefit Corporation’ wettelijk is verankerd in 30 staten in de US.

De Benefit Corporation heeft inmiddels ook zijn weg gevonden in Europa. In Italië, na een proces van een jaar (!), heeft het parlement in december 2015 ingestemd met de ‘Società Benefit’, vrijwel een kopie van de VS versie.


Vergelijkbare social corporate legislation in Europa

In Europa hebben 19 van de 28 Europese landen wetgeving ingevoerd ten behoeve van de sociale ondernemingen, ieder met zijn eigen regeltjes op het gebied van kapitaalbescherming (dividend caps), toetsing van het maatschappelijk doel en belastingvoordelen. Nederland behoort niet tot die kopgroep. Hieronder een overzicht van de belangrijkste vormen:

Frankrijk: Société cooperative d’intéret collectif


Verenigd Koninkrijk
: Community Interest Company


Belgie
: Vennootschap met Sociaal Oogmerk


Griekenland
: Social Cooperative Enterprise


Nederland

Vanwege toenemende behoefte van sociale ondernemers en investeerders en op instigatie van het kabinet, is het debat over sociaal ondernemen ‘hot’. Een vraag die daarbij speelt of er speciale wetgeving, toegesneden op de sociale onderneming, moet komen. Grootste pleitbezorger voor specifieke wetgeving in Nederland is Social Enterprise NL die in haar rapport van 17 februari 2016 de noodzaak voor wettelijke verankering toelicht. Volgens haar blijkt uit de ‘Social Enterprise Monitor 2015’, een onderzoeksrapport dat met ondersteuning van McKinsey & Company tot stand is gekomen, dat 69% van de sociale ondernemers aangeeft dat de maatschappelijke missie van sociale ondernemingen niet voldoende zichtbaar is. 40% van de ondernemers geeft aan praktische problemen te ondervinden vanuit het werken van hun huidige juridische structuur. 79% geeft aan een nieuwe juridische vorm te zullen adopteren als deze voor sociale ondernemingen is ontworpen.


Is er nu in Nederland dan helemaal niets mogelijk?

Voor het vervolg worden de stichtingsvorm en coöperaties buiten beschouwing gelaten en uitsluitend naar de BV vorm gekeken, nu dat het meest kansrijk is. Uiteraard kan in dat kader van alles contractueel en statutair worden vastgelegd. Denk aan een statutaire maatschappelijke doelomschrijving en het daarmee verbonden vennootschappelijk belang waarnaar de gehele organisatie zich dient te richten, specifieke toezicht en transparantievereisten, het expliciet noemen van de belanghebbenden en het daaraan toekennen van specifieke rechten (zoals het recht van enquête) of een dividendslot. Dit zijn stuk voor stuk maatregelen die in een Nederlandse vennootschappelijke setting het karakter van de sociale onderneming kunnen waarborgen mits op de juiste wijze ingezet. Desondanks is de suggestie van Social Enterprise NL voor het wettelijk verankeren van een besloten vennootschap met maatschappelijk doel, oftewel “B.V.m”, zeer het overwegen waard.


Geen wetgeving maar keurmerk voor de social enterprise

Zolang de Nederlandse wetgever geen noodzaak ziet tot introductie van een nieuwe rechtsvorm in het Burgerlijk Wetboek, kan de sociale ondernemer ervoor kiezen zijn of haar onderneming te laten certificeren. B Lab, de beweging die de hierboven beschreven ‘Benefit Corporation’ op de kaart heeft gezet, is niet alleen lobbyist, maar certificeert daarnaast sociale ondernemingen onder het label ‘B Corps’ (afgeleid van ‘Benefit Corporations’) die aan bepaalde – hoge – standaarden op het gebied van ‘governance, social, environmental en people’, voldoen. Dit keurmerk, dat om de twee jaar opnieuw wordt verleend, biedt derden/investeerders die zaken doen met de betreffende B Corp de zekerheid dat zij zich met recht een ‘social enterprise’ mag noemen. Het is dus goed voor de reputatie en het helpt om geld op te halen op de kapitaalmarkten. B Lab biedt bedrijven door middel van het B Impact Assessment een gratis online management tool waarmee bedrijven hun impact kunnen meten op een aantal verschillende aspecten. Bedrijven kunnen B Corp worden wanneer zij tenminste 80 van de maximaal haalbare 200 punten halen. Voorbeelden van B Corps in Nederland zijn: Tony’s Chocolonely, Dopper en The Social MEDwork. Momenteel zijn 1.500 B Corps over 130 sectoren en 43 landen, waarvan 50 B Corps in Nederland.

Door het inzetten van certificeringstrajecten als B Corp, is het voor sociale ondernemingen mogelijk zich te legitimeren en zich daarmee ook aantrekkelijk te maken voor impact investeerders die willen investeerders in ondernemingen die het verschil willen maken.


Conclusie

Sociaal ondernemen is here to stay. Steeds meer ondernemingen worden opgezet rondom het oplossen van een maatschappelijk probleem. In Nederland ontbreekt momenteel een wettelijk kader voor sociale ondernemingen. Door een combinatie van bestaande certificeringstrajecten en aanpassing van de statuten van een sociale onderneming, kan deze zich echter desondanks aan de buitenwereld presenteren als een echte sociale onderneming. Tegelijkertijd neemt ook het aantal impact investeerders toe die op zoek zijn naar investeringsmogelijkheden in gecertificeerde sociale ondernemingen hetgeen de verdere groei van deze sector zal versnellen en verbreden.

Ondernemers met een duidelijke en impactvolle visie assisteren we graag bij het inrichten van hun onderneming als ‘social enterprise’. Tevens kunnen we ondersteunen bij het ophalen van financiering waarbij tevens alternatieve financieringsvormen zoals crowdfunding, openbaar verhandelbare obligaties of een (alternatieve) beursgang tot de mogelijkheden behoren. Onze expertise en ons netwerk stellen ons in staat om sociale ondernemers snel en daadkrachtig bij te staan. We kunnen al een groot aantal ‘social enterprises’ tot onze klantenkring rekenen.